Water stopt niet aan de grens! Stroomgebieden in de grensregio krijgen naast klimaatuitdagingen ook te maken met de bijhorende complexiteit van een landsgrens. Hoe nemen we dan juist in die regio’s waar afspraken en regels, data en modellen verschillen, gezamenlijk onze verantwoordelijkheid op? Niet door te blijven redeneren vanuit ieders eigenbelang of vanuit hardnekkige culturele verschillen, maar met een grensoverstijgende coalitie op schaal van het stroomgebied gezamenlijk de krijtlijnen uit te zetten voor langdurige samenwerking. Samen met het internationaal onderzoeksprogramma JCAR ATRACE ondersteunen we gebiedsactoren bij het lanceren van grensoverstijgende gebiedscoalities, opzetten van internationale processen en uitvoeren van gebiedsgericht onderzoek.

Samenwerken vanuit urgentie en complementariteit

Langer aanhoudende periodes van droogte en toenemend risico op overstromingen maken de regio van de Lage Landen kwetsbaar. Grensoverschrijdende waterbekkens zijn hierbij extra gevoelig, omdat de beslissende en uitvoerende kracht versnipperd zijn. De Waterbom van 2021, ook wel de Limburgbui genoemd, leidde tot de conclusie dat de we beter over de landsgrenzen heen moeten samenwerken om ons ook in de toekomst te beschermen tegen incidenten van deze omvang. Daaruit is het internationaal onderzoeksprogramma JCAR ATRACE (Joint Cooperation programme on Applied scientific Research to Accelerate Transboundary Regional Adaptation to Climate extremers) ontstaan, dat regionale overheden ondersteunt in het zich weerbaar maken tegen overstromings- en droogtestrategieën. 

Nederland heeft een lange voorgeschiedenis in civieltechnisch waterbeheer en hoogwaterveiligheid, en is hierop via de Waterschappen sterk georganiseerd. In Vlaanderen groeide juist het werken met gebiedscoalities rond sponsdoelen de laatste jaren als gangbare praktijk. De samenwerking tussen JCAR ATRACE en Workroom in dit traject biedt een opportuniteit om die twee kennisbasissen samen te leggen en te werken vanuit de complementariteit van sponsmaatregelen en de civieltechnische benadering in verschillende stroomgebieden in de grensregio, elk vanuit de specifiteit van het watersysteem en de lokale noden. We onderscheidden over de acht grenssstroomgebieden heen drie types watersystemen in de grensregio. Samen  met gebiedsactoren zoals Waterschappen, Provincies, Regionale Landschappen, Vlaamse partners, kennisinstellingen en proefcentra brengen we voor elk stroomgebied de opgave in kaart:

• Kreken, polders en de Gentse Zoetwaterkanalen: Dit stroomgebied in Zeeland, Oost- en West-Vlaanderen wordt doorkruist door de dekzandrug Maldegem-Stekene, die de grens vormt tussen de Zandstreek in Vlaanderen en de kleipolders in Zeeland en wordt gekenmerkt door een grotendeels artificieel watersysteem. De aanwezigheid van het zandpakket maakt de gebieden op de dekzandrug gevoelig voor droogte. Daarnaast zorgt de nabijheid van de Noordzee zowel voor verziltingsdruk als een hoogwaterbeschermingsopgave. Ook is het een uitdaging om knelpunten op de aangelegde infrastructuur, zoals de Ringvaart bij Gent, weerbaar te maken voor toenemende hoogwaterincidenten.

• De Brabantse Hoge Zandgronden: De ‘Kempen’, waar de stroomgebieden van de Mark, Dommel en Abeek/Uffelsebeek. deel vanuitmaken, bestaan voor het overgrote deel uit hooggelegen zandgronden die doorkruist worden door een maaswerk van watergangen. Een enorme troef van dit gebied is de toegang tot een waterbatterij in de ondergrond. Maar door de historische drooglegging van dit gebied in combinatie met het veranderend neerslagpatroon is de regio meer en meer kwetsbaar voor droogte op de hooggelegenzandgronden en overstromingen in de laagtes, de polders in West-Brabant en de vlakte van Bocholt in Limburg.

• De Limburgse Krijt-Leemmassieven: De stroomgebieden van de JekerBerwijnVoer en Geul vormen een voor de Lage Landen atypisch landschap. Ze worden gekenmerkt door een steil reliëf en significante hoogteverschillen. In combinatie met de leembodem kunnen bij extreme neerslag, zoals in 2021 en 2024, enorme volumes snel afstromen naar de bebouwing in de vallei. Daarnaast is het een uitdaging periodes van droogte te kunnen overbruggen, waarvoor de krijtaquifer in de ondergrond voldoende gevoed moet worden.
 

Van een wolk aan projecten naar structurele samenwerking in gebiedscoalities

Aan beide kanten van de grens lopen innovatieve gebiedsgerichte trajecten: in Vlaanderen zijn in Water+Land+Schap en sinds 2026 de Lokale Blue Deals op heel het grondgebied coalities aan zet met het landschap weerbaar maken voor overstromingen en droogte. In Brabant zijn 13 Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak-gebieden actief, en in Limburg schakelt het programma Waterveiligheid en Ruimte Limburg een versnelling hoger in hoogwaterbeveiliging. Er bestaan ook reeds heel wat overlegorganen: het Grensoverschrijdend Wateroverleg, de Landschapsparken en Grensparken, grensoverschrijdende Integrale Waterprojecten, en Interregprojecten zoals WIJ-WATER, Aquatuur, Weerbaar Dommelland en SPONGE, ...

Uit de vele grensoverstijgende samenwerkingen, projecten en overlegorganen blijkt veel bereidheid voor samenwerking. Maar toch zijn we nog niet collectief weerbaar: het ontbreekt vaak nog aan een gezamenlijk overzicht, informatie of kennisbasis, collectieve kwantitatieve doelen en een kader voor langdurige samenwerking. Juist daar wil JCAR ATRACE regionale overheden in ondersteunen. De acties die we in het kader hiervan uitvoeren zijn te onderscheiden volgens drie trappen:

  1. We maken een gedeeld overzicht op van de opgave en lopende gebiedsprocessen, gericht op waterbeer, in alle stroomgebieden in de Vlaams-Nederlandse grensregio. 
  2. Samen met gebiedscoalities in de stroomgebieden van de Berwijn – Voer – Geul in Zuid-Limburg en de Kleine Aa – Aa of Weerijs – Mark in de Voorkempen en Noord-Brabant testen we een innovatieve aanpak voor internationale waterdoelstellingen.
  3. Op basis van die gezamenlijke doelstellingen stellen we een co-investeringsplan voor de lange termijn op.

Hiervoor werken we op twee sporen: het platform is een kennisomgeving voor alle grensoverstijgende stroomgebieden, van waaruit we ook agenderend werken. In de Living Labs gaan we in de diepte: we vergelijken de Nederlandse en Vlaamse methodieken om tot waterdoelstellingen te komen en stellen actieplannen op. De leerlessen vanuit deze Living Labs en andere innovatieve trajecten voeden het platform.
 

Context: JCAR ATRACE als internationaal onderzoeksprogramma

JCAR ATRACE is een internationaal onderzoeksprogramma waarin 9 kennis- en onderzoekinstellingen uit de Benelux+ in samenwerken (RWTH Aachen, TU Delft, KULeuven, LIST, ULiège, Deltares, VU Amsterdam, Utwente, GFZ Potsdam). Het Nederlandse Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is de initiatiefnemer van het programma. Het contact met het Nederlands minsterie dateert terug sinds 2022 en ‘Weerbaar Waterland’, het advies van het expertenpanel hoogwaterbeveiliging aan de Vlaamse Regering. Samen met de KULeuven en professor Patrick Willems, de Vlaamse partner in het onderzoeksprogramma, zetten we mee het Living Lab Herk en Mombeek op waarin we een innovatieve methodiek voor sponsdoelen in de praktijk testten met een lokale gebiedscoalitie getrokken door Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren. Die aanpak vormt in Vlaanderen de blauwdruk voor de Vlaamse Blue Deal en de Waterzekerheidsdoelen en inspireert ook in Nederland.

Periode: vanaf 2025

Opdrachtgever en partner: Deltares, binnen het JCAR ATRACE onderzoeksprogramma

EN FR NL
WORKROOM

Architecture Workroom Brussels richt zich sinds 2010 op de toekomst van onze leefwereld. De organisatie begon als een vrijplaats die het verband tussen ruimte en sociaal-maatschappelijke transities agendeerde, met het oog op een toekomstgerichte ontwerppraktijk, opdrachtgeverschap en bouwcultuur.

Dat de verbouwing van onze straten, wijken en landschappen een voorwaarde en hefboom is om maatschappelijke doelen in synergie te bereiken, is intussen duidelijk. Toch stellen we vast dat de nodige transformaties moeilijk voorstelbaar en uitvoerbaar blijven. Ze raken aan zoveel domeinen en actoren dat de verantwoordelijkheid bij iedereen ligt, en daardoor uiteindelijk bij niemand.

Daarom kiezen we ervoor om de ruimte te maken die hen verbindt. En met die aangescherpte missie komt een nieuwe naam: WORKROOM, Huis voor transformatie. WORKROOM is het gedeelde huis waar de toekomst van onze leefwereld wordt verbeeld en georganiseerd.

Momenteel nemen we het voortouw op drie missiegerichte transformaties:

  • MAATSCHAPPELIJKE BROEDPLEKKEN - Tegen 2030 bundelen actoren uit jeugd, sport, cultuur, onderwijs en zorg hun krachten om plekken van veelzijdig maatschappelijk belang te realiseren die structureel eenzaamheid, versnippering en druk op publieke infrastructuur aanpakken.
  • FOSSIELVRIJE WIJKEN - Tegen 2030 zijn minstens tien wijken aan de slag met de omschakeling naar fossielvrije energie op een inclusieve en betaalbare manier, met het oog op een volledige uitstap uit fossiele energie tegen 2040.
  • SPONSLANDSCHAPPEN - Tegen 2030 realiseren we water-, landbouw- en natuurdoelstellingen binnen een samenhangende aanpak op schaal van het afstroomgebied, waarin sterke gebiedscoalities collectief het sponsvermogen van het landschap versterken.

Om deze transformaties waar te maken, werkt WORKROOM schouder aan schouder met pionierende ontwerpers, lokale besturen, organisaties en ondernemingen, overheden, kennisinstellingen en impactinvesteerders.

Via co-creatief ontwerp verbeelden we gedeelde toekomstpaden in tentoonstellingen, publicaties, innovatietrajecten en publieksprogramma's. In deze werkruimtes verbinden we de actoren die deze transformaties kunnen realiseren. Van daaruit ontwerpen we het gedeelde eigenaarschap en de organisatie-, financierings- en beleidsmodellen die leiden tot daadwerkelijke verandering.

De naam is eenvoudiger. De inzet groter. WORKROOM is het gedeelde huis waar we de sociaal-ruimtelijke transformaties oppakken die niemand alleen kan realiseren. In een tijd van polarisatie, verkokering en instabiliteit is dat misschien wel het meest radicale dat we kunnen doen.