Op 9 oktober openden de deuren van Wie verwarmt de stad? De feestelijke opening startte met de eerste rondleidingen in de tentoonstelling en de avant-première van de gelijknamige documentaire. Vervolgens verkenden we in twee gespreksrondes de warmtetransitie in bestaande wijken: wie neemt vandaag het voortouw in het verwarmen van de stad? En hoe ziet een strategie voor opschaling eruit? 

Met Anne-Maria Vandenbroucke (Warm90/50), Iris Van den Abbeel (Dienst Stedelijke Vernieuwing, Stad Gent) en Jo Neyens (ODE / Warmtenetwerk Vlaanderen)  leerden we hoe de warmtetransitie vandaag al vorm krijgt in de praktijk. We verkenden de voordelen van warmtenetten als logische keuze in bestaande wijken en hoe bewonersgroepen zelf de puzzelstukken richting fossielvrije verwarming leggen. Maar daarin kunnen ze niet alleen handelen: “Burgers kunnen het voortouw nemen en interesse tonen, maar het is niet de bedoeling dat zij zelf de risico’s voor investeringen dragen.” De vroege betrokkenheid van grote spelers, zoals vastgoedbeheerders en lokale besturen, helpt risico’s eerlijk te spreiden en biedt kansen om in één beweging andere  ingrepen samen te ontwerpen, zoals het vernieuwen van wegdek en riolering, met een weerbaardere, gezondere wijk als resultaat. 

De documentaire Wie verwarmt de stad? brengt verschillende stemmen uit de warmtetransitie samen. Hartwin Leen vertelt waarom dit wél lukt in nieuwbouwwijken, maar nog niet in bestaande wijken. Britt Verhesen brengt in wat er nodig is om dit vraagstuk op te schalen en Gilles Guillaume toont welke hoe alle bewoners meekunnen in deze transitie.  

In de tweede gespreksronde maakten we met Britt Verhesen (Projectleider Duurzame Warmte, Stad Antwerpen), Johan Albrecht (Professor Milieu-Economie, UGent) en Filip Watteeuw (Schepen Wonen, Milieu, Klimaat en Energie, Stad Gent) de stap naar het ondersteunend kader. Hoe geven we de warmtetransitie een robuuste basis, voorbij ad-hoc financiering en wedstrijdformules? “De politiek redeneert vanuit pilootprojecten, maar we moeten redeneren vanuit transformatie.” Die omslag vraagt om meer dan extra middelen. Ze vraagt verbeelding: nieuwe vormen van samenwerking, nieuwe afspraken tussen stad, bewoners en ontwikkelaars, en nieuwe manieren om gedeelde risico’s en baten te organiseren. Pionierende lokale besturen tekenen die spelregels vandaag al uit, bijvoorbeeld te onderzoeken hoe een stad mee garant kan staan voor de afname van warmte, of door bewoners die geen renovatie kunnen dragen te ontzorgen.  

Vandaag al bouwen coalities van bewonersgroepen, lokale besturen, vastgoedbeheerders en warmte-ontwikkelaars samen aan warmteplannen voor hun wijk. Maar een papieren plan geeft nog geen handelingsruimte. Niemand heeft tot op heden het mandaat om gas uit te faseren en de transitie richting fossielvrije warmte op gang te trekken. Bovendien beschouwen we projecten waarvan investeringen zich niet op korte termijn terugbetalen als mislukt, terwijl we die reflex bij andere grote collectieve infrastructuurwerken – fietspaden, spoorwegen, riolering – niet hebben. Om collectieve warmte van de grond te krijgen, moeten we verder kijken dan het financiële plaatje: het is een maatschappelijk project met vele baten. 

Zowel de documentaire als de tentoonstelling brengen dezelfde boodschap: Geen enkele actor kan de collectieve warmtetransitie alleen dragen: het vergt een maatschappelijke deal tussen partijen die elk een deel van de oplossing in handen hebben. Daarom legt Wie verwarmt de stad? depuzzelstukken op tafel. De opgave is nu om ze te verbinden tot één uitvoeringsmodel, zodat fossielvrije warmte tegen 2030 op kruissnelheid komt in bestaande wijken in heel Vlaanderen. 

More News
EN FR NL
WORKROOM

Architecture Workroom Brussels richt zich sinds 2010 op de toekomst van onze leefwereld. De organisatie begon als een vrijplaats die het verband tussen ruimte en sociaal-maatschappelijke transities agendeerde, met het oog op een toekomstgerichte ontwerppraktijk, opdrachtgeverschap en bouwcultuur.

Dat de verbouwing van onze straten, wijken en landschappen een voorwaarde en hefboom is om maatschappelijke doelen in synergie te bereiken, is intussen duidelijk. Toch stellen we vast dat de nodige transformaties moeilijk voorstelbaar en uitvoerbaar blijven. Ze raken aan zoveel domeinen en actoren dat de verantwoordelijkheid bij iedereen ligt, en daardoor uiteindelijk bij niemand.

Daarom kiezen we ervoor om de ruimte te maken die hen verbindt. En met die aangescherpte missie komt een nieuwe naam: WORKROOM, Huis voor transformatie. WORKROOM is het gedeelde huis waar de toekomst van onze leefwereld wordt verbeeld en georganiseerd.

Momenteel nemen we het voortouw op drie missiegerichte transformaties:

  • MAATSCHAPPELIJKE BROEDPLEKKEN - Tegen 2030 bundelen actoren uit jeugd, sport, cultuur, onderwijs en zorg hun krachten om plekken van veelzijdig maatschappelijk belang te realiseren die structureel eenzaamheid, versnippering en druk op publieke infrastructuur aanpakken.
  • FOSSIELVRIJE WIJKEN - Tegen 2030 zijn minstens tien wijken aan de slag met de omschakeling naar fossielvrije energie op een inclusieve en betaalbare manier, met het oog op een volledige uitstap uit fossiele energie tegen 2040.
  • SPONSLANDSCHAPPEN - Tegen 2030 realiseren we water-, landbouw- en natuurdoelstellingen binnen een samenhangende aanpak op schaal van het afstroomgebied, waarin sterke gebiedscoalities collectief het sponsvermogen van het landschap versterken.

Om deze transformaties waar te maken, werkt WORKROOM schouder aan schouder met pionierende ontwerpers, lokale besturen, organisaties en ondernemingen, overheden, kennisinstellingen en impactinvesteerders.

Via co-creatief ontwerp verbeelden we gedeelde toekomstpaden in tentoonstellingen, publicaties, innovatietrajecten en publieksprogramma's. In deze werkruimtes verbinden we de actoren die deze transformaties kunnen realiseren. Van daaruit ontwerpen we het gedeelde eigenaarschap en de organisatie-, financierings- en beleidsmodellen die leiden tot daadwerkelijke verandering.

De naam is eenvoudiger. De inzet groter. WORKROOM is het gedeelde huis waar we de sociaal-ruimtelijke transformaties oppakken die niemand alleen kan realiseren. In een tijd van polarisatie, verkokering en instabiliteit is dat misschien wel het meest radicale dat we kunnen doen.