Wat hebben de geplande heraanleg van de riolering in twee straten in Leuven, de gistfabriek in Brugge, de vernieuwing van sociale woningen in Mechelen en bestaande warmtenetten in Mortsel en Oostende gemeen? Deze kansen worden door vijf pionierende lokale coalities aangegrepen om snel en op een inclusieve manier bestaande woonwijken fossielvrij te verwarmen. Met het F5D-project – First Five Fossil-Free Districts by 2030 – werken we met een unieke coalitie aan systemische doorbraken in deze eerste fossielvrije wijken. In stedelijke omgevingen die sterk verdicht zijn, is het vaak moeilijker om te komen tot individuele klimaatoplossingen. Maar collectieve warmtesystemen staan vandaag nog voor een ‘implementatiekloof’. Door de capaciteiten van lokale besturen, energiecoöperaties, warmteontwikkelaars, experts, onderzoekers, investeerders en burgers van vijf wijken in Vlaanderen aan elkaar te koppelen, kunnen we kennis poolen en schaal maken. Deze vijf projecten vormen samen een eerste implementatiepijplijn, met als doel om risico’s te spreiden en gezamenlijk financiering op te halen. De impact? Opgeteld kunnen ze 202kt CO2e-uitstoot reduceren over een periode van 30 jaar!
We vertrekken vanuit de observatie en onderbouwing dat de huis-per-huis aanpak van de energietransitie ons niet inclusief en tijdig naar fossielvrij brengt (zie ook: Operatie Energiewijken). Nochtans wordt de energietransitie nog steeds grotendeels gezien als de verantwoordelijkheid van individuele woningeigenaren. Maar daardoor gaan we te traag: vandaag de dag beschikt slechts 7 % van de 3,4 miljoen woningen in Vlaanderen over koolstofarme verwarming. En bovendien kan niet iedereen mee: de helft van de Vlaamse woningeigenaars kan de renovatie niet bekostigen die noodzakelijk is om met een individuele warmtepomp te verwarmen. De harde realiteit is dat we nog lang niet op koers liggen om CO2- en andere broeikasgassen tot 0 te reduceren.
Een wijkaanpak blijkt – zeker in dichtbebouwde stedelijke omgevingen en dorpskernen – energie-efficiënter, goedkoper, inclusiever en het maakt maatwerk en integratie mogelijk. Heel wat pionierende lokale coalities over heel Vlaanderen innoveren vandaag met collectieve warmtesystemen. Vijf daarvan zijn ondertussen vergevorderd:
Nieuw Kwartier, Leuven: een geplande vergroening en heraanleg van riolering in de Meunierstraat wordt gekoppeld aan de aanleg van een BEO-veld onder het openbaar domein om bestaande woningen, een school en een ziekenhuis van warmte te voorzien (lees ook: ECoOB)
Luithagen, Mortsel: het bestaande warmtenet vanuit de Agfa-Gevaertfabriek wordt uitgebreid naar bestaande woonwijken en alternatieve warmtebronnen worden onderzocht (lees ook: Warmte Verzilverd)
De Grote Post, Oostende: het bestaande warmtenet dat uitgebaat wordt door energiecoöperatie Beauvent wordt uitgebreid naar de wijk rond het cultureel centrum De Grote Post (lees ook: Warmtenet Oostende)
Sint-Gilliskwartier, Brugge: de restwarmte van de nabijgelegen gistfabriek van Genencor wordt benut om woningen in het historisch centrum duurzaam te verwarmen en tegelijkertijd te zorgen voor meer waterbuffering, groen en duurzame mobiliteit (lees ook: Stad Brugge)
Kriekerijvelden, Mechelen: de aanleg van een BEO-veld voor nieuwe sociale woningen is een aanleiding om ook de omliggende woningen aan te sluiten.
Maar collectieve warmtesystemen in bestaande wijken staan (nog steeds) voor een implementatiekloof. Afzonderlijke projecten zijn te klein om benodigde financiële en operationele capaciteit te organiseren, en de goede voorbeelden ontbreken om een aangepaste beleidscontext vorm te geven (en vice versa). We beschikken wel over de technische, beleidsgerelateerde, financiële, juridische en sociale bouwstenen. Maar de overgang naar de implementatiefase vereist de gelijktijdige inzet van zoveel belanghebbenden en competenties dat we vastlopen. Terwijl alle partijen zich richten op hun stukje van de puzzel, is er niemand verantwoordelijk voor de puzzel zelf. Dus, who’s hot potato is this? Geen enkele partij heeft mandaat, of is (in zijn eentje) in staat om een systemische, schaalbare oplossing te ontwikkelen voor de decarbonisatie van onze bestaande wijken.
Met het F5D-project (First Five Fossil-Free Districts by 2030) creëren we ruimte en tijd om verschillende bouwstenen en belanghebbenden bij elkaar te brengen. Het project heeft als doel de eerste vijf fossielvrije verwarmingssystemen op wijkniveau te realiseren in bestaande Vlaamse wijken. De projecten in Leuven, Mortsel, Brugge, Mechelen en Oostende worden gebundeld in een eerste implementatiepijplijn en bouwen samen aan een oplossing:
Sociaal-technische oplossing: Veel eigenaars botsen vandaag op dezelfde drempel. Individueel overstappen op een warmtepomp vraagt vaak eerst een dure renovatie, wat voor ongelijkheid en onzekerheid zorgt. Het project keert deze logica om: fossielvrije warmte wordt eerst collectief voorzien op wijkniveau, waarna woningen stapsgewijs kunnen worden gerenoveerd. Collectieve, koolstofarme stadsverwarming op middelhoge temperatuur (40-70 °C) stelt huishoudens in staat om éérst hun verwarming koolstofarm te maken voor ze de energie-efficiëntie van hun woning verder verhogen.
Financieel-organisatorische oplossing: Door het bundelen van vijf projecten in één pijplijn creëren we schaalvoordelen (gebundelde expertise in de ontwikkelfase, risicobeperking en diversificatie tijdens de uitvoering, en kostendeling in de exploitatiefase). Door de diversiteit aan contexten en lokale coalities is het bovendien mogelijk om beleidsvorming van regionale overheden te voeden en er invloed op uit te oefenen.
Hoe dan?
Integratie: We koppelen investeringen aan elkaar in geïntegreerde implementatieplannen en ondersteunen lokale coalities bij het verbinden van projecten, het opbouwen van strategische partnerschappen en het bundelen van business cases.
Polycapital: We zetten een systemische financieringslogica op door te werken met garantiestellingen en gemengde investeringen (publiek, privaat, civiel).
Organisatie: We richten een interlokale ondersteunende en dienstverlenende entiteit op die schaalvoordelen benut.
Het project loopt over vier jaar en krijgt 2,7 miljoen financiële steun van de Helios Foundation. Zo kunnen 3.514 woningen tegen 2030 klaargemaakt worden voor fossielvrije, collectieve verwarming met als doel om uiteindelijk 6,8 kt CO2-uitstoot per jaar minder uit te stoten.
Dit project werd opgezet dankzij de steun van de Helios Foundation. Het consortium bestaat uit Workroom, Kelvin Solutions, VITO, Stad Brugge, Stad Leuven, Stad Mechelen, Stad Mortsel, Stad Oostende, Beauvent, ECoOB, Klimaan, Warmte Verzilverd, Woonmaatschappij Rivierenland, Woonland, BBDO, Equator advocaten, Leuven 2030, Transition Stories, Wattson, Flux50, Impact Finance Belgium, KU Leuven, ODE Warmtenetwerk Vlaanderen, Rescoop Vlaanderen en VVSG Netwerk Klimaat.