De verstedelijking van Vlaanderen rukt steeds verder op, maar het traditionele model van de vrijstaande woning op de private kavel is niet houdbaar. De studie Naar een visionaire woningbouw brengt de knelpunten in kaart en ontwikkelt vernieuwende ruimtelijke modellen die het Vlaamse ruimtelijk beleid kunnen sturen.

 

Vlaanderen stimuleert met zijn fiscaal beleid al decennia lang het ideaal van een eigen, private, vrijstaande woning. Het koppelen van deze doelstelling aan die van een gelijkmatig verdeelde groei heeft geleid tot de continue en gespreide verstedelijking van het Vlaamse territorium. In de hoop deze trend te keren, formuleerde het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen in 1997 het principe van de kwalitatieve verdichting. Ruimschoots tien jaar later stellen we vast dat de beoogde trendbreuk onvoldoende is behaald. Demografische studies voorspellen een stijging van het aantal huishoudens met 330.000, of 13%, tussen 2011 en 2030. Als de bestaande trends niet worden gekeerd, zal de verstedelijking ook oprukken naar nog onbebouwde kavels en woonuitbreidingsgebieden.

De studie Naar een visionaire woningbouw zet de contouren uit van een innovatieprogramma met als doel het stimuleren van een trendbreuk. De uitdagingen en knelpunten in het Vlaamse woonbeleid worden in kaart gebracht door middel van interviews en workshops met betrokken actoren. Ruimtelijke opgaven worden geformuleerd en kunnen vertaald worden naar ontwerpstudies op pilootsites, die kunnen uitmonden in concrete realisaties. Binnen deze ontwerpstudies kunnen nieuwe woonvormen, operationele strategieën en samenwerkingsverbanden worden ontwikkeld en getest, en ingezet als hefboom voor een trendbreuk. Bovendien kunnen ze dienen als inspiratie voor de nieuwe beleidsplannen in opmaak, zoals het Woonbeleidsplan en het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen.

Het onderzoek kadert in de doelstelling van de Vlaams Bouwmeester om vernieuwende ruimtelijke concepten te ontwikkelen die zowel tegemoet komen aan de stijgende vraag, als een waardig alternatief bieden voor het klassieke model van de individuele vrijstaande woning. Bij het ontwikkelen van nieuwe ruimtelijke modellen moet rekening gehouden worden met de huidige ruimtelijke en maatschappelijk uitdagingen, zoals de toenemende schaarste van open ruimte, de stijgende aandacht voor het milieu of de klimaatsverandering. De studie Naar een visionaire woningbouw is een samenwerking tussen de Architecture Workroom, Pascal De Decker (docent van de Hogescholen Gent en WenK St.-Lucas en onderzoeker verbonden aan het Steunpunt Ruimte en Wonen), Michael Ryckewaert (onderzoeker ASRO en eveneens verbonden aan het Steunpunt Ruimte en Wonen) en Dirk Somers (Bovenbouw architecten).

De studie is een eerste stap van een innovatietraject dat inzet op de vernieuwing van het wonen in Vlaanderen. Deze studie beperkt zich tot het scherpstellen van de uitdagingen van het wonen en de definitie van de kansen en opgaven om een trendbreuk te realiseren in de woonproductie.

Onder het begrip ‘visionaire woningbouw’ verstaan we een duurzame woonproductiemechaniek die erin slaagt de maatschappelijke uitdagingen te beantwoorden. Dit betekent concreet dat het wonen betaalbaar moet zijn, er spaarzaam met de schaarse ruimte wordt omgesprongen, we energiezuinig wonen, we minder de auto gebruiken ten voordele van duurzaam openbaar vervoer en dat de woonomgevingen waarin we wonen kwalitatief en duurzaam zijn. De uitdaging is dus om tot een totaalvisie te komen (en niet te focussen op één deelprobleem of één invalshoek). Belangrijk is dus ook dat een onderzoek naar de uitdagingen van het wonen kan niet beperkt kan blijven tot het niveau van woningtypologie: de woonproductie in zijn geheel moet beschouwd worden, en hierop moet ingegrepen worden.

Uit onderzoek kwamen de volgende kansen naar de oppervlakte:

1. Beleid voor de huurmarkt
Het beleid in België heeft altijd de kaart getrokken van eigendom en individueel opdrachtgeverschap. Het inzetten op de huurmarkt kan een antwoord zijn op het betaalbaarheidsprobleem.

2. Een actief grondenbeleid van de overheid
Door de passieve en volgende houding van het beleid heeft de overheid nooit een actief grondenbeleid gevoerd. Hierin ligt echter een belangrijke hefboom voor het creëren van een aanbod aan betaalbare en duurzame woonomgevingen.

3. Grotere woningbouworganisaties
Professionele actoren die een ruim en betaalbaar woningaanbod kunnen realiseren. Rekening houdend met de typische kenmerken van de Vlaamse woningmarkt, kan de professionalisering van de sociale huisvestingmaatschappijen als een opportuniteit gezien worden.

4. Gemeenschappelijke woonvormen
Ze zijn vandaag een uitzondering in een Vlaamse wooncultuur die wordt gekenmerkt door indvividueel woningbezit. Toch lijken vormen van gemeenschappelijk wonen steeds meer ingang te vinden. Twee formules springen daarbij in het hoog: de bouwgroepen en co-housing.

5. Bijzondere formules
Er bestaan een aantal bijzondere formules, zoals Community Land Trust of Erfpacht, die tonen hoe via het creatief inzetten van juridische en fiscale mogelijkheden bepaalde uitdagingen, zoals betaalbaarheid, beantwoord kunnen worden.

6. Lokaal woonontwikkelingsbedrijf
Het lokaal woonontwikkelingsbedrijf is een integrale oplossing die beleid, woonproduct en operationele strategie koppelt op een lokaal niveau als antwoord op de selectieve stadsvlucht uit de steden.

Op basis van een selectie van systemen die sturend zijn voor woonomgevingskwaliteiten werd een woonomgevingskaart van Vlaanderen samengesteld. Volgende systemen werden in rekening gebracht: productief landschap (landbouw, groene ruimte en watersysteem), mobiliteit, tewerkstelling en voorzieningen en betaalbaarheid. Dit is geen exhaustieve lijst, ze kan nog aangevuld worden met andere systemen zoals bijvoorbeeld energie. Elk van deze systemen kan als een opgave beschouwd worden, en er moet onderzocht worden hoe ze kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de woonomgevingen.

Het traject en het eindrapport Naar een visionaire woningbouw. Kansen en opgaven voor een trendbreuk in de Vlaamse woonproductie waren de basis voor de Pilootprojecten Collectief Wonen, georganiseerd door Vlaams Bouwmeester met toenmalig minister voor wonen Freya Vandenbossche, en voor The Ambition of the Territory, het onderzoeksproject en de tentoonstelling in Belgisch paviljoen op de Biënnale van Venetië in 2012 en in deSingel datzelfde jaar.
 

Type: Onderzoek, Publication

Thema: Wonen

Jaar: 2012

Opdrachtgevers: Vlaams Bouwmeester

Partners: Pascal De Decker (Hogeschool voor Wetenschap en Kunst, Departement Architectuur, Sint-Lucas), Michael Ryckewaert (Departement Architectuur, Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening, K.U.Leuven), Dirk Somers (Bovenbouw Architecten)

 

EN FR NL
WORKROOM

Architecture Workroom Brussels richt zich sinds 2010 op de toekomst van onze leefwereld. De organisatie begon als een vrijplaats die het verband tussen ruimte en sociaal-maatschappelijke transities agendeerde, met het oog op een toekomstgerichte ontwerppraktijk, opdrachtgeverschap en bouwcultuur.

Dat de verbouwing van onze straten, wijken en landschappen een voorwaarde en hefboom is om maatschappelijke doelen in synergie te bereiken, is intussen duidelijk. Toch stellen we vast dat de nodige transformaties moeilijk voorstelbaar en uitvoerbaar blijven. Ze raken aan zoveel domeinen en actoren dat de verantwoordelijkheid bij iedereen ligt, en daardoor uiteindelijk bij niemand.

Daarom kiezen we ervoor om de ruimte te maken die hen verbindt. En met die aangescherpte missie komt een nieuwe naam: WORKROOM, Huis voor transformatie. WORKROOM is het gedeelde huis waar de toekomst van onze leefwereld wordt verbeeld en georganiseerd.

Momenteel nemen we het voortouw op drie missiegerichte transformaties:

  • MAATSCHAPPELIJKE BROEDPLEKKEN - Tegen 2030 bundelen actoren uit jeugd, sport, cultuur, onderwijs en zorg hun krachten om plekken van veelzijdig maatschappelijk belang te realiseren die structureel eenzaamheid, versnippering en druk op publieke infrastructuur aanpakken.
  • FOSSIELVRIJE WIJKEN - Tegen 2030 zijn minstens tien wijken aan de slag met de omschakeling naar fossielvrije energie op een inclusieve en betaalbare manier, met het oog op een volledige uitstap uit fossiele energie tegen 2040.
  • SPONSLANDSCHAPPEN - Tegen 2030 realiseren we water-, landbouw- en natuurdoelstellingen binnen een samenhangende aanpak op schaal van het afstroomgebied, waarin sterke gebiedscoalities collectief het sponsvermogen van het landschap versterken.

Om deze transformaties waar te maken, werkt WORKROOM schouder aan schouder met pionierende ontwerpers, lokale besturen, organisaties en ondernemingen, overheden, kennisinstellingen en impactinvesteerders.

Via co-creatief ontwerp verbeelden we gedeelde toekomstpaden in tentoonstellingen, publicaties, innovatietrajecten en publieksprogramma's. In deze werkruimtes verbinden we de actoren die deze transformaties kunnen realiseren. Van daaruit ontwerpen we het gedeelde eigenaarschap en de organisatie-, financierings- en beleidsmodellen die leiden tot daadwerkelijke verandering.

De naam is eenvoudiger. De inzet groter. WORKROOM is het gedeelde huis waar we de sociaal-ruimtelijke transformaties oppakken die niemand alleen kan realiseren. In een tijd van polarisatie, verkokering en instabiliteit is dat misschien wel het meest radicale dat we kunnen doen.